GeenStijl én powervrouwen gedragen zich als aanklager, rechter en beul

Journalistiek is belangrijk in de democratie én rechtsstaat waar wij in Nederland in leven. De afgelopen week is er veel te doen geweest over de rol van GeenStijl als platform. De powervrouwen die er tegen ageren doen dat terecht en staan ook volledig in hun recht om dat te doen. GeenStijl roept immers met zoveel woorden op om vrouwen en ook nog eens collega journalisten te intimideren. Wanneer de oproep om een bepaald slachtoffer te intimideren eenmaal is gedaan, doet het “roze legioen reguurders” de rest. Het slachtoffer wordt vanaf dat moment zowel binnen als buiten de comments van de website bestookt met een verbale vuiligheid die journalistiek onwaardig is.

Volgens de Leidraad van de Raad van de Journalistiek moeten journalisten het belang van wat er wordt gepubliceerd afwegen tegen de belangen die door de publicatie kunnen worden geschaad. Daarnaast is redactie verantwoordelijkheid voor de reacties onder een op de website gepubliceerd artikel. Echter hoeft de redactie comments niet (vooraf) te modereren. Wel moet de redactie in het geval van ernstige beschuldigingen of smadelijke uitlating bevat de bewuste reactie verwijderen.

In dat licht bezien kunnen de artikelen op GeenStijl die feitelijk een oproep tot het intimideren van een bepaald persoon zijn de toets der kritiek niet doorstaan. Ik kan géén enkel redelijk belang bedenken dat gediend zou kunnen zijn met het intimideren van iemand, ongeacht om wie dat gaat, vrouw, journalist, ondernemer, politicus of wie dan ook. Het slachtoffer daarentegen, heeft wél redelijke belangen die geschaad worden, namelijk het recht op een goede naam, persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit. Door de manier waarop de intimidatie op GeenStijl plaatsvindt worden al die belangen van het slachtoffer in meer of mindere mate geschaad.

Door de manier waarop GeenStijl zijn slachtoffers bejegend, gedraagt de redactie zich als aanklager, rechter én beul. Als de redactie vindt dat iemand iets misdaan heeft, dan wordt het roze reaguurders legioen op je afgestuurd. Als slachtoffer kun je alleen hopen dat de intimidatie zo snel mogelijk ophoudt en de website niet nog meer aandacht aan je zal besteden.

Elke actie leidt tot een vergelijkbare tegenreactie. Dat is wat we nu zien met de powervrouwen die zich verzetten tegen de manier waarop de website oproept tot het intimideren van vrouwen. De manier die zij hebben gevonden om de website te raken is door hun oproep aan adverteerders om niet langer hun geld uit te geven aan advertenties op GeenStijl en zusterwebsites. Een logische en zelfs proportionele reactie op de intimidatie van vrouwen door GeenStijl.

Daar staat echter ook tegenover dat de powervrouwen ageren tegen de inhoud van het medium op een manier die niet alleen stopt dat de intimidatie stopt. De hele website zou zijn bestaansrecht kunnen verliezen omdat de inkomsten opdrogen. Wanneer deze oproep succesvol is, dan levert dat een gevaarlijk precedent op. Als de inhoud van een medium je niet bevalt, dan gebruik je niet de kracht van het geschreven woord om daar iets aan te doen. Nee, je zorgt er gewoon voor dat de inkomsten opdrogen en dan ben je ook van het medium af. Dat leidt tot censuur en zelfcensuur. Feitelijk betekent dat het einde van de belangrijke en waardevolle persvrijheid die wij in Nederland kennen.

Het recht van de powervrouwen om zich te verzetten tegen de werkwijze van GeenStijl is volstrekt legitiem. De manier waarop ze dat doen is feitelijk op dezelfde manier als GeenStijl dat zelf doen. Immers gedragen de powervrouwen zich ook als aanklager, rechter en beul. De powervrouwen zijn van mening dat er sprake is van een misstand. Zij hebben daarom zelf besloten dat GeenStijl daarom moet worden aangepakt. Na de oproep aan de adverteerders om niet meer te adverteren op de website, doen de adverteerders die bang zijn voor imagoschade de rest.

Gelukkig heeft de journalistieke gemeenschap in Nederland ook een mechanische in het leven geroepen om misstanden binnen de eigen beroepsgroep aan te pakken. De Raad voor de Journalistiek beoordeelt of dat journalisten zorgvuldig en binnen de grenzen van de journalistieke ethiek handelen. Dat is dan ook de plaats bij uitstek om te bepalen of er zorgvuldig is gehandeld en of dat een journalistiek of redactie binnen de ethische grenzen is gebleven. Wanneer zelfs de grenzen die de wet stelt zijn overschreden, is ook aangifte doen bij de politie of een stap naar de rechter een mogelijkheid om iets te doen tegen een medium dat grensoverschrijdend gedrag vertoont.

De Raad voor de Journalistiek is een autoriteit. De Raad bestaat uit journalisten, juristen en journalistieke specialisten van buiten de journalistiek. Er wordt wel gezegd dat het een tijger is zonder tanden. Echter gaat het niet om de macht die de Raad kan uitoefenen. Het gaat om het gezag dat uitgaat van zijn uitspraak. Indien de Raad van mening is dat een journalist of een redactie zich niet houdt aan de journalistieke normen en waarden dan is het aan de beroepsgroep als geheel om dat te sanctioneren.

Wanneer de Raad de handelswijze van een journalist of redactie als onzorgvuldig of niet-ethisch beoordeelt, dan dient deze zijn of haar werkwijze daaraan aan te passen. Doet de de journalist of redactie dat niet, dan is het aan de journalistieke gemeenschap als geheel om daartegen op te treden, net zolang totdat de journalist of de redactie in kwestie zich wel conformeert aan de journalistieke normen en waarden.

Een oproep aan adverteerders om niet langer op het medium waar de journalist en/of redactie op publiceren zou dan zelfs subsidiair kunnen zijn. Wel alleen op het moment dat er geen andere minder ingrijpend middel voorhanden is dan het laten opdrogen van de inkomsten van het medium. Indien een dergelijke oproep succesvol is, zal het medium de journalisten en andere medewerkers niet meer kunnen betalen en zodoende uiteindelijk ophouden te bestaan.

Het doel bij het sanctioneren van een journalist, redactie of medium moet altijd voor ogen worden gehouden. Dat is dat de journalist of de redactie in kwestie zijn haar of leven betert. Zodra dat doel bereikt is, moet er onmiddellijk opnieuw worden getoetst of de sanctie nog proportioneel en subsidiair in ten opzichte van het te bereiken doel.

De Nederlandse Vereniging van Journalisten zou het voortouw kunnen nemen om daar een werkwijze voor te ontwikkelen om zo enerzijds het zelfzuiverende vermogen van de journalistieke gemeenschap te optimaliseren en anderzijds de persvrijheid maximaal te beschermen en het voorkomen van het voor eigen rechter spelen door groepen binnen en buiten de journalistiek.

Journalisten moeten zichzelf en hun vak serieus nemen. Dat betekent dat iedereen die lid is van de journalistieke gemeenschap zich houdt aan de normen en waarden die daarbij horen. Daarnaast horen journalisten elkaar aan te spreken op overtreding van die normen. Indien journalist of redactie zich weigert te conformeren horen journalisten niet voor eigen rechter te gaan spelen. De beoordeling of de journalistieke normen overschreden zijn, is aan de Raad voor de Journalistiek of aan de rechter.

Indien de Raad vaststelt dat de normen zijn overschreden en een journalist of redactie zijn leven niet betert, dan is de journalistieke gemeenschap aanzet om daar als gemeenschap tegenop te treden. Om dat doel te bereiken is elk middel dat legaal, proportioneel en subsidiair is, geoorloofd. Inclusief een oproep tot het boycotten van het medium door adverteerders. Het moet altijd de journalistieke gemeenschap in zijn geheel zijn die collega journalisten die zich misdragen sanctioneren. Indien individuen of groepen van binnen of buiten de journalistiek voor eigen rechter spelen, horen journalisten solidair te zijn met de collega journalist(en) of redactie(s) die daarvan het slachtoffer zijn.

mr. Arnout Veenman